Oogheelkunde is een dynamisch en veelzijdig medisch specialisme dat zowel beschouwende als chirurgische aspecten omvat. Het vak richt zich op de diagnostiek en behandeling van aandoeningen van het oog, de orbita en de oogleden. Daarnaast bestaat er een sterke samenwerking met andere disciplines, zoals neurologie/neurochirurgie, interne geneeskunde, dermatologie, kaakchirurgie en KNO.
Binnen de oogheelkunde vindt het grootste deel van de patiëntenzorg plaats op de polikliniek en in dagbehandeling. Dit betekent een grote en diverse patiëntenpopulatie en veel directe patiëntcontacten, wat het werk afwisselend en uitdagend maakt.
Opleiding en vaardigheden
In Nederland wordt iedere AIOS opgeleid tot volwaardig oogchirurg. Dit vraagt om uitstekende fijne motoriek, een stabiele hand en goed ontwikkeld dieptezicht om microchirurgische ingrepen veilig en nauwkeurig te kunnen uitvoeren.
De oogheelkunde ontwikkelt zich bovendien in rap tempo tot een technisch geavanceerd vakgebied. Zowel diagnostiek als chirurgie maken intensief gebruik van moderne apparatuur en innovatieve technologie.
Als arts in opleiding tot oogarts houd je je bezig met de klinische en poliklinische patiëntenzorg. Daarnaast bestaat de opleiding uit veel onderwijsmomenten met de stafartsen en de medebegeleiding van coassistenten in het curriculum Geneeskunde. Ook onderzoekstaken op het vakgebied van de oogheelkunde kunnen onderdeel zijn van de opleiding. Iedere arts-assistent krijgt les op het gebied van onder andere fluorescentieangiografie, elektroretinografie, echografie en orthoptie. Het leren uitvoeren van oogoperaties is een belangrijk onderdeel van de studie, net als deelname aan wetenschappelijk onderzoek.